De Kroon

Op een dag gaat ze de zolder op bij oma. Ze vindt er veel dozen met boeken, tijdschriften, maar daarachter staat een doos met rood fluweel en gouden koord er om heen. Ze wordt nieuwsgierig en maakt het koord los, doet het deksel open en dan ziet ze het: een kroon. Een kroon van goud met diamanten en parels. Ze schitteren haar tegemoet. Ze zet hem op en direct gaat ze rechter op staan. Haar ogen schtiteren, ze voelt zich een koningin met haar kroon op haar haar. Ze trekt mooie kleding aan en loopt naar buiten. Het lijkt of iedereen bewonderend naar haar kijkt. Ze schittert en praat met veel mensen, ze is blij en mooi.

De kroon verandert haar leven, meer mensen zien haar en komen bij haar. Ze schittert steeds meer.

Maar dan wordt ze na een lange onrustige nacht wakker. De kroon is weg. Ze kan hem nergens meer vinden. Ze huilt, haar gezicht is nat, haar ogen rood. Ze zoekt alles af en durft niet zonder kroon naar buiten. Als ze toch gaat, dan loopt ze gebogen en kijkt niemand meer aan. Alle glans is verdwenen. 

Toch zoekt ze nog naar de kroon en gaat op een dag terug naar het huis van oma. Oma zwaait de deur open.

‘Kom binnen, kind’,  zegt ze. ‘Ik weet niet meer wat ik doen moet, ik ben de kroon kwijt, alle glans is verdwenen’. Oma neemt haar mee naar de spiegel en borstelt haar haren tot ze glimmen. Ze zegt: ‘denk eens aan de kroon en doe of hij op je hoofd staat.’ De ogen gaan weer schitteren en ze denkt aan de mooie ontmoetingen met de mensen, aan de parels, aan verhalen die ze kreeg en hoe ze zelf de zon er in zag stralen.

‘Kijk, de kroon is er weer, de schittering in je ogen, omdat je even weer wist dat je een koningin bent

Vandaag mocht ik in mijn werk als geestelijk verzorger iemand ontmoeten. Ze schitterde niet meer, alles was somber en moeilijk. Ze kon niet meer. Haar leven was niet gemakkelijk geweest, maar toen ik haar vroeg naar haar oma kwam er iets van een schittering. We spraken er over wat oma haar had gegeven. ‘Ze zag me en gaf me humor en verhalen, samen konden we lachen’, zei ze. ‘Ik zie het’, zei ik. Ook nu heb je meer schittering in je ogen. Ik vertelde haar het verhaal van de kroon. … Ja,  mijn oma gaf me een kroon.

Als geestelijk verzorger zoek je soms samen naast de verhalen van verlies, ook naar de parels, de schitteringen in het leven, want die kunnen weer moed geven om verder te gaan.




I

Vorige
Vorige

De gekooide Tijger